Weg (3)

Daar staat het huis,
misschien wel volmaakter dan
ik in gedachten had - als een gave tand
in een gebit zonder gezicht. Waar
zijn de bomen, de hoge wolken? In de verte
blaft een nieuwe hond. Hier stond mijn moeder
in de open deur, haar schaduw over ons gebogen.
Voor het raam spiegelt een waterplas.
Het huis draait op zijn kop en lacht.
Achter mij kruipt de straat
in zijn verdwijnpunt.
Waar zijn we
allemaal?