Nergens anders

Het licht brandt ’s nachts seconden aan elkaar,
in een regendruppel glanst de eerste vraag.
Wij schaduwdansen iedere keer op elke dag
dat iemand zijn eerste woord kwijtraakt.

Met mijn vuurstem roep ik de eeuwen op,
weegbree, zevenblad en zwarte gaten,
verroeste koelkasten en wegwerpelektronica
nu de maan nooit meer naar beneden valt.

Ik eet altijd vegetarisch, zegt een
meisjesstem in spiegelbeeld. Ze lost op
in lichtreclames. Iedereen reist overal maar
nergens heen, want niets vergaat en

alles wordt nergens anders.