Versteend

Mijn straat ligt vragend omgedraaid.
Een geur vlucht vreemd bekend voorbij,
waaiert uit als wiegend wier, hangt
in stolsels stil, stokt

in de aderen van mijn herinnering.
Straatstenen werpen zich hak-
kelend voor de wielen van
vandaag. Mensen lachen hollen

rollen door dansen
rondom hun glazen wereldbollen.
Het stotterkind spreekt steeds
stekeliger. Iedereen verstaat hem.

Hij redt. Ik gons rond in jampotglas,
vacuüm gezogen. In mijn voorhoofd
ligt een vrucht

versteend.